Internationale Neerlandistiek, 50e jaargang, nr.1 (februari 2012)Matthias Hüning: Kroniek van de taalkunde 2010/11

Gebruik deze URI om naar dit artikel te verwijzen: http://www.internationaleneerlandistiek.nl/vol50/nr01/a04

Mijmering

Toen ik deze kroniek heb overgenomen van Joop van der Horst heb ik mijn opdracht geïnterpreteerd als ‘Kroniek van de Nederlandse taalkunde’. Het was mijn bedoeling mijzelf en u te wijzen op nieuwe boeken, tijdschriften, websites, cd’s over de Nederlandse taal en de Nederlandse taalkunde. Daarbij heb ik me vooral gericht op die publicaties waarvan niet alleen de objecttaal het Nederlands is, maar ook de taal van de publicatie, omdat we in de extramurale neerlandistiek (die niet meer zo wil en mag heten) graag wetenschappelijke teksten willen lezen in het Nederlands. Wat ik toen onvoldoende besefte: de Nederlandse taalkunde bestaat niet meer. Misschien bestaat er ook geen neerlandistiek meer, tenminste geen neerlandistiek in de zin van ‘Nederlandse filologie’ of ‘Nederlandse taal- en letterkunde’, maar daar gaan we het een andere keer over hebben.

Het Nederlands als wetenschapstaal is, tenminste voor de taalkunde, op sterven na dood. Taalkundige studies verschijnen niet meer in het Nederlands. Er zijn nog een paar diehards die onvermoeid doorgaan, zoals Joop van der Horst of Nicoline van der Sijs (zie hieronder). Ze doen dat heel succesvol en ze publiceren interessante en belangrijke studies in het Nederlands, maar ze behoren tot een uitstervend ras.

Het onderzoek is zodanig internationaal geworden dat het niet langer zinvol lijkt om resultaten te publiceren in het Nederlands. Bovendien zijn we met z’n allen aangewezen op publicaties in gerenommeerde taalkundige tijdschriften, en die zijn nu eenmaal allemaal in het Engels. Ik ken overigens tal van collega’s die het inmiddels ook veel makkelijker vinden om hun resultaten te publiceren in het Engels, onder andere omdat alle literatuur in het Engels is. Ook taalkundige proefschriften zijn voor het merendeel in het Engels geschreven; terecht, want als je veel moeite besteedt aan een proefschrift en als je je met die prestatie wilt mengen in de taalkundige discussie (die per definitie een internationale is), dan wil je ook graag dat je boek door zoveel mogelijk mensen wordt of toch tenminste kan worden gelezen.

Maar ook als we de eis loslaten dat we in in deze kroniek bij voorkeur aandacht besteden aan publicaties in het Nederlands zijn we er nog niet. In de taalkunde is het de afgelopen decennia alsmaar belangrijker geworden om te kiezen voor een theoretisch relevante vraagstelling. Descriptieve studies over het Nederlands zijn verdrongen door studies, waarin (een bepaald aspect of verschijnsel van) het Nederlands dient ter illustratie, vaak in combinatie met andere talen. Het taalvergelijkend perspectief is vanzelfsprekend interessant en er spreekt ook niets tegen een theoretische oriëntatie in het taalkundig onderzoek. In tegendeel: onderzoek is altijd theorieafhankelijk en theoriegestuurd en het is goed en noodzakelijk om daar ook aandacht aan te besteden in de publicatie van onderzoeksresultaten.

Voor het taalkundig onderwijs in het kader van een studie Nederlands voor niet-moedertaalsprekers zijn deze studies echter vaak problematisch omdat ze teveel vragen, vooral van de beginnende studenten. Die zijn nog bezig zich de Nederlandse taal eigen te maken en vertonen toch al vaak weinig intrinsieke motivatie om zich bezig te houden met taalkundige vraagstellingen. De didactische uitdagingen die hiermee samenhangen zijn groot. En voor deze kroniek betekent de zojuist geschetste situatie dat wij (en vooral ik) op den duur moeten nadenken over een nieuwe, aangepaste formule. Mocht u daar ideeën over hebben, wensen of suggesties: matthias.huening@fu-berlin.de.

Deze keer krijgt u echter nog eens een ‘kroniek oude stijl’, want in het afgelopen jaar zijn er toch weer een aantal studies verschenen, waar ik u graag op wil wijzen. Wel is het opvallend is dat het vooral gaat om bundels, waarin bijdragen bij elkaar zijn gebracht die eerder als lezing gepresenteerd zijn op een congres of workshop of die eerder al gepubliceerd zijn in kranten of tijdschriften.